Geen inzicht zonder stilstand
Boekrecensie ‘De onzichtbare jongen’ – Bernlef
Beweging en stilstand, onzichtbare krachten die mens en wereld vooruiststuven of juist tot stilstand brengen. Daar gaat het laatste boek van Bernlef ‘De onzichtbare jongen’ over.
In sobere woorden schetst Bernlef de vriendschap tussen Max en Wouter. Allebei totaal verschillend. Max wiens wezen afgestemd lijkt te zijn op een onzichtbare wereld. Wouter die zijn lichaam traint om de tijd te snel af te zijn. Zijn levensdoel is de 100 meter in minder dan 11 seconden afleggen. Op de middelbare school lopen de sporen van hun levens steeds verder uit elkaar totdat zij elkaar op een onverwacht moment weer kruisen.
Dit verhaal gaat over beweging en stilstand. Over het punt waar de wereld van Max en de mijne elkaar even raakten. Beweging en stilstand.
Rusteloos als een storm, en onzichtbaar als de wind. Daarin wordt het leven van Max getekend. In de zesde klas van de lagere school bekent Max aan zijn vriend Wouter dat hij het liefst onzichtbaar zou zijn. Natuurlijk heeft dit te maken met de reacties die hij krijgt op wat hij doet en zegt. Een jongen die zich bezig houdt met de ‘machinerie van het heelal’ past niet bij andere kinderen. Wouter is de enige die luistert naar zijn verhalen en kijkt naar zijn proeven. Terwijl Max zich stort op zijn missie de wind zichtbaar te maken, wordt Wouter opgeslokt door zijn hardloopcarrière. Echter hoe harder hij gaat, hoe groter de afstand wordt tussen hem en Max.
In 1952 is het zover. Wouter doet als een van de jongste spelers mee aan de Olymische Spelen in Helsinki. Zijn lichaam gespannen als een veer staat hij klaar om naar de finish te sprinten. Na het schot blijft Wouter echter als aan de grond genageld staan. Zichtbaar voor de hele wereld komt zijn leven tot stilstand. Een mysterie. De enige die hem nog ziet staan is zijn vriend Max.
STILTE
Wouter komt na de HBS bij een reisbureau te werken en van Max hoort hij niets meer. Op een dag ontvangt hij een ansicht zonder afzender. Voorop is een zeilschip te zien waarvan de zeilen bol staan terwijl de zee spiegelglad is. Van wie anders kan de kaart zijn dan van zijn vriend die altijd beweerde: Wind heeft iets anders nodig om zich te tonen. Er is meer dan een ansicht voor nodig om Wouter en Max weer bij elkaar te brengen.
STILSTAND EN VERWONDERING
In 1960, Wouter is dan 24 jaar, komt Wouters leven voor de tweede keer tot stilstand. Als gevolg van tintelingen en pijn in zijn benen, wordt hij gedwongen steeds langzamer te lopen. Deze mysterieuze ziekte levert hem echter verrassende inzichten op: Ik had nooit beseft hoe snelheid de waarneming beïnvloedt, hoe dicht je bij de wereld komt zoals die echt is als je erin stilstaat, als een boom. In een revalidatiecentrum moet Wouter weer leren lopen. Juist daar komt hij zijn vriend weer tegen.
VOORTGEDREVEN EN ONBEGREPEN
Wouters leven staat in schril contrast tot dat van Max. Tenslotte is Max dan inderdaad zo goed als onzichtbaar geworden. Veilig opgeborgen achter de muren van een psychiatrische inrichting. Uiterlijk een en al apathie, maar innerlijk voortgedreven door een rusteloze geest. Tot stilstand komen en je verwonderen is voor Max ondenkbaar. Op rigoureuze wijze brengt Max de storm in zijn hoofd tot bedaren.
GEEN GENADE
Max heeft na zijn ontmoeting met Wouter allerlei aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen brengen de storm die in Max’ hoofd woedde aan het licht. Zo schreef hij: Alleen ’s nachts als ik slaap: windstilte. Tegen de ochtend steekt de wind op en bladert door mijn dromen. De genade van dromen: dat die, als enige, vergeetbaar voor mij zijn.
MACHINERIE…
Bernlef weet de thematiek van beweging en stilstand en daarmee samenhangend de krachten die hier achter schuil gaan prachtig in het verhaal te verweven. Van macro- tot microniveau speelt de afwisseling van beweging en stilstand een rol. De wind die door het hele boek waait, lijkt symbool te staan voor allerlei ongrijpbare krachten die mensen en dingen in beweging zet of stil doet staan.
De keren dat Wouter tot stilstand wordt gedwongen, leveren hem bepaalde inzichten op. Leven in slow motion maakt de weg vrij voor verwondering. Er had zich een nieuwe wereld voor mij geopend. Of liever, de wereld had de sluiers van slordige onverschilligheid, die wij er door onze snelheid (…) overheen hadden geplooid, afgeworpen. Tegenhanger van Wouter is Max die dingen waarneemt die anderen niet zien, maar zonder ooit tot verwondering te komen. De lezer wordt met een enorme leegte opgescheept wanneer hij door de ogen van Max meekijkt het heelal in. Is er dan niets anders dan een machinerie, waarvan wij de bewegingen en werkingen niet kunnen bevatten? Wat een inzicht!
(Bernlef houdt er niet van om pasklare antwoorden te geven. Het mysterie blijft bestaan. Hoe ontstaan bepaalde ziektes, keuzes, was Max gek of genie, hoe zit het met Max familie?….)
OF GOD
God is de grote afwezige in het verhaal. Hoe zou het met Max afgelopen zijn als hij geloofd had? Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare. Wat een inzicht!
De dood van Max laat Wouter stil staan bij zijn eigen leven en zijn vriendschap met Max Veldman. Soms lijkt zijn relaas een poging om Max alsnog van zijn ondergang te redden.
Bernlef, ‘De onzichtbare jongen’, Em. Querido’s Uitgeverij BV. Amsterdam, 2005. ISBN 90 214 5302 9. Aant. p.: 188. Prijs pb.: € 16,95 en geb.: € 21,95.

