Nieuwe verhoudingen in Disgrace
Boekrecensie ‘Disgrace’ – J.M. Coetzee
In het boek Country of my skull doet de blanke journaliste Antjie Krog verslag van het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Kleine en grote politieke misdaden, gepleegd tijdens het Apartheidsregime, worden bekend in ruil voor amnestie.
De daders kunnen in twee groepen verdeeld worden: zij die de zwarten hebben mishandeld of vermoord uit motieven van angst. Ze erkennen dat ze schuldig staan ten opzichte van de wet en vooral tegenover hun medemensen. Schuld, spijt en schaamte spelen een grote rol in hun leven. Tot de tweede categorie behoren zij die handelden vanuit een bepaalde overtuiging: de blanke is superieur aan de zwarte. In het postapartheidstijdperk proberen zij hun straf zoveel mogelijk te ontlopen. Ze erkennen dat ze in het licht van de wet strafbare feiten hebben gepleegd, echter zij voelen geen schuld of wroeging over wat zij gedaan hebben.
DE NIEUWE MACHTHEBBER
David Lurie, hoofdpersoon in Coetzee’s roman Disgrace, zou uitstekend in de tweede categorie passen. Ook al is het verhaal van Lurie fictie en gaat het niet zozeer om de relatie tussen blanken en zwarten. In feite wordt in beide boeken dezelfde vraag gesteld tegen dezelfde achtergrond: hoe gaat men met schuld om in een postapartheidstijdperk en wie wordt de nieuwe machthebber? (blank of zwart, God of de mens, man of vrouw).
EEN ZIELLOOS MENS
Coetzee schetst een geloofwaardig beeld van een postmodern Zuid-Afrika. De apartheid, religie en een begrip als waarheid zouden achterhaald moeten zijn, maar Disgrace laat zien dat de werkelijkheid weerbarstiger is.
Het heden ligt stevig verankerd in het verleden. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen niet zomaar uitgewist, schulden niet vergeven worden. De schuldvraag loopt als een rode draad door het verhaal. Verschillende personages voelen zich schuldig ten opzichte van God, of de (zwarte) medemens of ten opzichte van dieren.
POSTMODERN
In het begin van het verhaal wordt Lurie neergezet als iemand met uitermate postmoderne, areligieuze en amorele denkbeelden. Zijn leven beweegt zich aan de oppervlakte van het bestaan. Wanneer aan het licht komt dat de lichtzinnige Lurie, docent communicatiewetenschappen aan de universiteit, een verhouding heeft met één van zijn leerlingen, laait de verontwaardiging hoog op.
EEN AFFAIRE MET GEVOLGEN
Volgens Lurie is de ziel van een mens leeg. Een mens leeft vooral om zijn lichamelijke behoeften te kunnen bevredigen. Daarom ook is hij een relatie begonnen met Melanie die zijn dochter had kunnen zijn. Melanie is nog maar een kind. Dat beseft hij zelf ook als hij zegt: ‘Too young. She will not know how to deal with him; he ought to let her go. But he is in the grip of something.’ De affaire met Melanie roept iets wakker in zijn binnenste.
Het gedrag van Lurie verontwaardigt de lezer omdat hij zijn macht gebruikt om haar te bezitten. Melanie is zijn gevangene; ‘averting her face, she frees herself…’ Het vermengen van machtsrelaties en seksuele relaties maakt de mindere in macht tot slachtoffer. Dit zal hem later pijnlijk duidelijk worden wanneer zijn dochter Lucie, een blanke lesbische boerin, verkracht wordt door haar zwarte buren.
REPENTANCE BELONGS TO ANOTHER WORLD…
Melanie heeft ervoor gezorgd dat er iets is gaan smeulen diep in het binnenste van Lurie. Maar Lurie luistert daar niet naar, hij is nog lang niet toe aan verandering en laat zich nog steeds leiden door het zichtbare en het lichamelijke.
De verhouding met Melanie zal uiteindelijk zijn ontslag tot gevolg hebben. Lurie wil wel schuld bekennen maar geen berouw tonen want: ‘Repentance belongs to another world…’ Hiermee slaat hij de spijker op zijn kop. De schuldvraag lijkt immers niet op zijn plaats in een areligieuze en amorele maatschappij. Schuld roept iets op van hogere machten en het besef van goed en kwaad.
IN ONGENADE
Tegen wil en dank komt Lurie in een staat van ongenade terecht. Afgewezen door zijn omgeving, besluit hij zijn dochter te bezoeken.
Zij is het prototype van het nieuwe Zuid-Afrika waarin alle tradionele verhoudingen zijn veranderd. Lucy is lesbisch en heeft een bestaan opgebouwd als blanke boerin in een gebied waarin zwarte Zuid-Afrikanen nu de macht hebben. Zoals vroeger het plattelandsleven in de Plaetsromans werd verheerlijkt, zo speelt ook hier het platteland een uitermate belangrijke rol.
Juist daar, in een a-intellectuele omgeving, wordt Lurie tot nadenken gebracht. De verkrachting van Lucy door drie zwarte Zuid-Afrikanen roept woede en frustratie op. Tegelijk komen zijn eigen daden in een bepaald licht te staan. Het drijft hem ertoe de gelovige familie van Melanie op te zoeken en berouw te tonen.
HONDEN REDDEN
Om wat te doen te hebben, gaat Lurie Bev Shaw helpen in de dierenkliniek, echter op één voorwaarde: ‘[…] only as long as I don’t have to become a better person. I am not prepared to be reformed.’
Lucy en Shaw zijn ervan overtuigd dat er geen hoger leven bestaat. Dier en mens leven op hetzelfde niveau en dat is ook de reden dat Shaw van dieren haar levenswerk maakt. David gelooft niet dat dier en mens gelijk zijn.
Honden die niemand wil laat Shaw inslapen omdat er anders teveel zouden zijn. Lurie moet haar daarbij helpen en moet bovendien de honden begraven. De Lösung, zoals Lurie het noemt, houdt hem meer bezig dan hij had verwacht.
GOEDDOEN ZONDER EIGENBELANG
Knap is het hoe Coetzee op overtuigende wijze de ziel van Lurie tot leven roept. Hij is een meester in het schetsen van de innerlijke belevingswereld van mensen. De verandering van Lurie vindt zienderogen plaats zonder er duidelijk de vinger op te kunnen leggen. Bovendien verandert Lurie zijns ondanks. Dit maakt het verhaal nog overtuigender.
Dat Coetzee iets met dieren heeft, blijkt ook weer uit dit verhaal. Wat mensen, kunst en wetenschap niet voor elkaar krijgen, krijgen honden voor elkaar. Lurie doet iets goeds voor hen zonder enig eigenbelang.
Wat begonnen was als iets smeulends in het binnenste van Lurie is aangewakkerd tot een laaiend vuur. Het lot van de honden uit de kliniek beheerst zijn hele wezen. Hij twijfelt aan de idealen van Shaw en gaat denken in termen van goed en kwaad; is zij niet ten diepste een duivel in plaats van een bevrijdende engel?
GENADE KOST OFFERS
Er loopt een mooie parallel tussen het leven van deze honden waar niemand naar om kijkt en tussen mensen zoals David en Lucy. Zij zijn de verstotenen van de maatschappij en moeten dit met de dood bekopen.
Lucy accepteert de schuld van het verleden en gaat zo ver dat zij haar grond verkoopt aan haar zwarte buurman en bij hem bescherming zoekt. Zij wil opnieuw beginnen, vanaf het nulpunt: ‘No cards, no weapons, no property, no rights, no dignity.’ De enige manier voor Lurie om verder te leven is zijn staat van ongenade te aanvaarden. Uit ongenade komt genade voort. Lurie is iemand geworden die ruimte laat voor zijn gevoelens en ovoorwaardelijk leert lief te hebben.
Typerend voor Coetzee’s opvatting van de wereld is de paradoxale slotscène waarin liefde en dood, ongenade en genade naast, in plaats van tegenover elkaar, staan.
Sluitstuk van en kroon op Luries’ veranderde leven is het offer dat hij brengt. Er is een jonge hond die gedood zou moeten worden. Lurie heeft zijn dood uitgesteld. Aan het einde van de sessie haalt hij de jonge hond; ‘Bearing him in his arms like a lamb…’ Als de goede Herder wandelt Lurie het verhaal uit.
Uit de dood komt nieuw leven voort, zo lijkt de schrijver de lezer voor te willen houden.
J.M. Coetzee, Disgrace, 2000, 220 p, ISBN 9780099284826, € 9,29

