Je bekijkt nu de pagina: Blogs » Ik wilde dat het een boek over genade zou zijn

Ik wilde dat het een boek over genade zou zijn

In Machteld Siegmann’s debuutroman ‘De kaalvreter’ stort hoofdpersoon Leie in een depressie. Het is Siegmann gelukt woorden te vinden voor de leegte en ook voor de ervaring dat er opeens antwoord kan komen van onverwachte zijde. In een gesprek vertelt ze over het ontstaan van dit verhaal.

Machteld Siegmann groeide op in Krimpen aan den Ijssel, op de Biblebelt. Haar jeugd was doorspekt met Bijbelse taal en symboliek. Een andere wereld kende ze niet. Behalve dan die van de natuur en die van woorden waar ze werelden mee schept.

Tegenwoordig woont Machteld met haar man en drie oudere kinderen in Amstelveen, op de grens met Amsterdam. Gelovig is ze nog steeds maar van een scheiding tussen een gelovige en een ongelovige wereld is ze langgeleden afgestapt. ‘Ik ben zo beschermd opgevoed dat het voor mij best lang geduurd heeft voordat ik mijn eigen weg vond in de ‘gewone’ wereld. Ik ontdekte dat de scheidslijn tussen ongeloof en geloof veel vloeibaarder is dan werd verondersteld door leerkrachten, ouders, predikanten. In mijzelf zit evengoed de gelovige als de ongelovige. Er zijn zoveel mensen voor wie geloof een rol speelt in hun leven ook al gaan ze niet naar de kerk. Dat wilde ik laten zien in mijn boek.’ 

Een voorbeeld van zo iemand is Leie Blum, de hoofdpersoon uit ‘De kaalvreter’. In de Tweede Wereldoorlog wordt ze als driejarig meisje ondergebracht bij een liefdevol boerengezin. Jaren later trouwt Leie met Dirk, ze krijgen twee zonen en ze lijkt gelukkig te zijn op de boerderij waar ze wonen, omringd door het landschap dat haar jeugd ook tekende. Maar de dood van haar onderduikmoeder brengt Leie naar een afgrond van leegte en haar man en zonen zien met lede ogen hoe Leie steeds verder naar binnen keert en niet meer bereikbaar is voor hen. Na een lange weg ontdekt Leie juist in de stilte wat het betekent om mens te zijn voor God. 

Een ander voorbeeld van iemand voor wie het geloof toch een rol blijft spelen, is Dirk. Hij had God afgezworen nadat zijn moeder stierf – ondanks zijn smeekbedes naar de hemel – maar toch gaat hij steeds weer in gesprek met Hem. Zijn vloeken verandert ongemerkt in bidden.

Een kaal geloof

In De kaalvreter ontdoet Siegmann via haar hoofdpersonen het geloof van alle tierlantijnen tot er bijna niets meer overblijft. Een geloof dat letterlijk kaalgevreten is. 

Siegmann vertelt hoe dit raakt aan haar eigen zoektocht naar een geloof waarbij alleen de essentie nog overeind staat; dat God er is, zelfs in de leegte. Ze wil een brug slaan naar de wereld om haar heen waarin de indeling tussen gelovig en niet-gelovig niet bestaat en waarin de geloofstaal waarmee zij opgroeide met woorden als zonde en genade niet meer begrepen wordt. ‘Ik wilde dat het een boek over genade zou zijn, maar het woord genade is niet herkenbaar voor veel mensen. Met een verhaal kun je soms vertellen wat je met een bijbeltekst niet kunt vertellen.’ Nadenkend: ‘Het klinkt nu net alsof ik een missie had met dit boek maar dat is niet zo. Ik had evengoed een boek kunnen schrijven waarin het geloof niet voorkomt. Dat ik het geloof een rol laat spelen is omdat ik het een super interessant onderwerp vind dat me nooit zal vervelen. Daarnaast geeft het mij de mogelijkheid extra lagen aan te brengen in mijn verhaal.  Al die symboliek die je uit de Bijbel kan gebruiken, dat is een enorme schatkist.’ 

Je hebt voor een christelijke uitgeverij gewerkt maar ‘De kaalvreter’ is niet bij een christelijke uitgeverij uitgegeven. 

‘Als ik bij een christelijke uitgeverij had gepubliceerd zou ik voornamelijk binnen die kring gelezen worden. Helaas werkt dat in Nederland zo. Ik wilde een veel groter bereik, ik schrijf niet voor een selecte groep.

Het heeft ook met ambitie te maken. Ik wil de lat hoog leggen voor mezelf en ik denk dat een grote uitgever mij meer uitdaagt. Daarnaast wilde ik een redacteur die mij kritisch zou kunnen bevragen op mijn wereldbeeld en taalgebruik.’ 

Er wordt best veel gevloekt in je boek, iets dat gelovigen uit je eigen achtergrond tegenstaat. Kun je uitleggen waarom je er toch voor gekozen hebt?

‘Ik wil recht doen aan een werkelijkheid die weerbarstig is, waarin mensen fouten maken, vloeken, elkaar kwetsen, dubieuze godsbeelden hebben. Sommige van mijn christelijke vrienden of familieleden hebben inderdaad moeite met het vloeken van mijn personages. Mensen die niet christelijk zijn opgevoed lezen er misschien zo overheen, maar voor mij is het pijnlijk en daarom wilde ik het er juist in doen. 

Ja, daarmee laat ik mijn personages Gods tweede gebod overtreden. Ik grijp hier niet in, en dat doe ik bewust, want wie ben ik? In de Bijbel worden misstanden ook niet gecensureerd.  Mijn enige taak is om de werkelijkheid bloot te leggen, zodat het licht erop kan vallen.’ 

In je boek laat je zien wat depressie met iemand doet. Er zit veel droefheid in je boek. Hoe komt dat denk je?

‘Ik voel heel erg de behoefte om de echte shit te laten zien. Er zijn veel mensen die daar liever aan voorbijgaan. Dat is natuurlijk heel begrijpelijk, toch geloof ik dat er iets is in lijden wat het waard maakt erbij stil te staan. Een mysterie. Als we lijden, komen we dicht bij wie we echt zijn, worden onze zekerheden op de proef gesteld. Veel in ons leven blijkt dan gebouwd op zand. Is er een steen om op te staan, iets waardoor je niet meegesleurd wordt? En wat is dan die steen, is dat God? 

Het was voor mij ook een zoektocht naar de vraag hoe het precies zit met de aanwezigheid of afwezigheid van God in het lijden. Ik ben zelf degene die het verhaal stuurde, maar ik werd ook verrast door de richting waar het verhaal heen ging.’ 

Herken je iets van de worsteling en bevrijding van Leie?

‘Leie torste een zwaar schuldgevoel met zich mee nadat opeens voor haar duidelijk werd dat ze het bestaan van haar biologische moeder onbewust had uitgewist. Dit probeert ze goed te maken tot ze op een nacht ervaart dat zowel het slechte en het goede er mag zijn. Dat is wel een spirituele ervaring die ik heel erg herken. Dat je merkt dat alles in het licht gezet wordt en dat je overal bovenuit getild wordt.’ 

Is dat wat God doet in het lijden? 

‘Ja maar niet altijd en bij iedereen en dan worstel je door en dan wil dat niet zeggen dat God er niet is.’

Wat geeft mensen die depressief zijn dan houvast? 

‘Dat is heel lastig denk ik. Ik kan alleen voor mezelf praten. Ik heb zelf soms last van kortdurende depressies. Alle gedachten zijn dan als messen die in je snijden. God is dan onbereikbaar, hoe hard ik ook bid. Wat overblijft is een koppig soort geloof dat hij ergens langs dat ravijn voor me uitloopt, en daar dan alle aandacht op richten. En intussen de dingen te doen die gebeuren moeten: boodschappen doen, eten koken, de wanhoop op afstand van je gezin houden.

Het is ook gewoon die weg gaan. Je kunt je schrap zetten tegen de wanhoop en het opgeven, of denken: ik ga toch verder. Maar durf je dat? Het kan niet op een mooie manier. Leie ziet haar leven als een ruïne, het is kapotgeschoten door de feiten maar ook dat kapotte mag er zijn, mag in het licht gezet worden.

Dichter en essayist Christian Wiman [van hem staat een citaat voorin het boek] krijgt op latere leeftijd een Godservaring die hem niet meer loslaat. Zijn leven vóór die tijd beschouwt hij als een leven in gemis. Hij zegt: het feit dat je iets mist, wijst op de aanwezigheid van iets. Dus ook in de leegte, in de depressie daar is God want je kunt niet niets missen.’ 

Kun je iets vertellen over het schrijfproces? 

‘Ik schrijf in het begin heel los en probeer gewoon van alles uit. Vaak gaan er zoveel wegen open en die probeer ik dan uit en soms moet ik dan weer terug. Ik heb altijd heel veel versies in het begin. 

Ik ga niet zitten wachten tot ik inspiratie krijg. Ik ga gewoon achter mijn bureau zitten en dwing mezelf tot schrijven en dan hoop ik dat ik het een poosje vol kan houden. Ik ben wel gedisciplineerd. Ik lees ook stukken tekst terug en redigeer veel. Of er schiet me opeens iets te binnen en dat werk ik dan uit.  Het gaat er chaotisch aan toe, maar dat is niet erg. Als ik maar bezig ben. 

Ik heb wel een paar keer gehad dat ik iemand stukjes liet lezen. Mijn man zei een keer dat hij er geen touw aan vast kon knopen. Dan zat ik helemaal in de put. En tegelijkertijd werd ik dan nog fanatieker.

Ik lees veel. Andere schrijvers inspireren mij ook. Ik maak tijdens het lezen aantekeningen, hoe ze het doen, welke beeldspraak ze gebruiken. Ik imiteer andere schrijvers niet maar heb wel veel geleerd van Faulkner, die schrijft zo lekker wild en vrij. Dat hielp mij erg om los te komen, om niet mooi te schrijven. Graham Greene gebruikt dan weer prachtige metaforen en schrijft heel natuurlijk.’ 

Heb je nog tips voor mensen die een boek willen schrijven?

‘Ga niet wachten tot je een idee hebt maar dwing jezelf te schrijven. Mensen willen graag horen dat het anders gaat, maar schrijven is een worsteling. Gelukkig zijn er ook momenten dat ik zoveel plezier heb in het schrijven. Dan lees ik iets terug en dan ben ik daar echt tevreden mee. Dat is het mooist dat je dingen gegeven zijn tijdens het schrijven buiten de worsteling om. Schrijven is een creatief proces waar de geest doorheen waait. De Heilige Geest is een geest van creativiteit die niet alleen aan christenen gegeven is maar waar ik dan wel van weet en waar ik om kan vragen en dat is wel een enorme bonus. 

Het zou mooi zijn als er meer gelovige schrijvers zouden komen die geen feel good boeken schrijven maar de randen van het leven opzoeken, ook voor zichzelf, die het lelijke durven benoemen en de gaten in het geloof, het ervaren van Gods afwezigheid. Die ook op zoek durven naar een nieuwe taal daarin.’ 

Wat hoop je dat de lezer uit je boek meeneemt? 

‘Dat er altijd hoop is. Als zelfs in Leie’s leven de hoop blijft dan is er wel echt hoop.’ 

Tineke Smith over ‘De kaalvreter’ 

Ondanks de zware thematiek houdt het boek je in de greep. Ik kon het bijna niet wegleggen. Dat is onder andere te danken aan de opbouw van het verhaal. Leie’s verhaal van haar leven in het heden wordt afgewisseld met het verhaal dat ze als driejarig meisje onderduikt bij een liefdevol boerengezin waar ze onbewust haar biologische ouders vergeet. 

Het verhaal in het heden begint waar een volwassen Leie verstomt na een vreselijke ontdekking. Dit verhaal wordt vanuit verschillende personages uit het gezin verteld. Dit maakt het verhaal heel levendig. Bovendien worden de verschillende personages raak getypeerd in hun gedachten. Er zit heel veel tedere liefde in het boek en het krioelt van verlangen naar verbinding. En dat maakt de ondraaglijke leegte van Leie draaglijk. Dat Siegmann in haar jeugd eindeloos gedicht heeft, betaalt zich uit in sober taalgebruik en ontroerende beeldspraak.

Het boek heeft tot slot een prachtige ontknoping die hoop geeft zelfs in de leegte. 

Een paar van mijn lievelingscitaten:

‘Ik wacht tot alles stil is, tot alle fluistering is verstomd en ook de merel zwijgt want in stilte durf ik wel te wonen …’ (Leie)

‘Vertel me hoe ik verder moet, vroeg ik aan de nacht met de geur van gras. … er schoof een gordijn opzij en alles in mij begon te branden, toortsen van vlammen zetten de hele boel in een helder licht en er was niets wat verborgen bleef. En ik keek en keek en dacht: hoe kan dit bestaan? Want alles werd verlicht in gelijke mate, de goede en de slechte dingen.

En ik zei: ik hou van u. Ik hou van u en dit ben ik en zo is het. Want al begreep ik het niet, ik wist dat hij gekomen was en dat het niet anders kon zijn dan zo.’ (Leie)